Financiële indicatoren in de bouwsector

Vergelijking van NBB-ratio's voor de bouwsector, alle sectoren en geselecteerde bouwsubsectoren.

Data beschikbaar tot en met 2022.

bouwfinanciënNBB

Deze datablog toont dezelfde NBB CBRATIOSE-data als het bestaande rapport, maar vertaalt die naar een interactieve blogstructuur. Per hoofdstuk kan je tussen indicatoren schakelen en telkens kiezen tussen grafiek en tabel.

Beschikbare reeks: 2009 t.e.m. 2022. Bron: Nationale Bank van België.

Indicatorengids

Hieronder staan de gebruikte financiële indicatoren met hun formule en leeswijzer.

  • Brutoverkoopmarge

    Bedrijfswinst plus afschrijvingen/waardeverminderingen/provisies gedeeld door omzet, maal 100. Toont hoeveel operationele marge de sector op de omzet houdt vóór je naar de volledige financierings- en belastingstructuur kijkt.

  • Nettoverkoopmarge

    Bedrijfswinst, gecorrigeerd voor bepaalde kapitaalsubsidies, gedeeld door omzet, maal 100. Ligt dichter bij wat finaal van de verkoop overblijft dan de brutoverkoopmarge.

  • Toegevoegde waarde per personeelslid

    Toegevoegde waarde gedeeld door gemiddeld personeelsbestand in voltijdse equivalenten. Geeft weer hoeveel economische waarde gemiddeld per personeelslid wordt gecreëerd.

  • Personeelskosten / toegevoegde waarde

    Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen gedeeld door toegevoegde waarde, maal 100. Toont welk deel van de gecreëerde waarde meteen weer naar personeelskosten gaat.

  • Cashflow / eigen vermogen

    Winst van het boekjaar plus niet-kaskosten en andere NBB-correcties, gedeeld door eigen vermogen, maal 100. Indicatie van de interne cashgeneratie in verhouding tot de eigen vermogensbasis.

  • Liquiditeit in ruime zin

    Vlottende activa gedeeld door schulden op ten hoogste één jaar plus overlopende rekeningen van het passief. Een ruime dekking van kortetermijnschulden. In de bouw kan deze ratio goed lijken terwijl een deel van de buffer vastzit in projecten of voorraad.

  • Liquiditeit in enge zin

    Vorderingen op ten hoogste één jaar plus geldbeleggingen en liquide middelen, gedeeld door schulden op ten hoogste één jaar. Strengere liquiditeitstest zonder de bredere project- en voorraadbuffer.

  • Aantal dagen klantenkrediet

    Handelsvorderingen gedeeld door omzetbasis, vermenigvuldigd met 365 dagen. Benadering van hoe lang het duurt voor klanten betalen.

  • Aantal dagen leverancierskrediet

    Handelsschulden gedeeld door aankopen/dienstenbasis, vermenigvuldigd met 365 dagen. Benadering van hoe lang de sector leverancierskrediet gebruikt.

  • Financiële onafhankelijkheidsgraad

    Eigen vermogen gedeeld door totaal passiva, maal 100. Klassieke solvabiliteitsmaat: hoe hoger, hoe meer schokabsorptie in de balans.

  • Investeringen / toegevoegde waarde

    Aangeschafte materiële vaste activa gedeeld door toegevoegde waarde, maal 100. Meet hoe investeringsintensief de sector is tegenover zijn gecreëerde waarde.

  • Vernieuwingsgraad materiële activa

    Aangeschafte materiële vaste activa gedeeld door de boekwaarde/aanschaffingsbasis van materiële vaste activa, maal 100. Geeft aan hoe snel de materiële kapitaalstock vernieuwt.

Bouwsector vergeleken met andere sectoren

Deze reeks vergelijkt de bouwsector met andere hoofdsectoren op basis van model T (volledig + verkort + micro) en het gewogen gemiddelde van de NBB. Per indicator zie je hoe de bouwsector zich doorheen de tijd positioneert tegenover de rest van de economie.

Winstgevendheid

Brutoverkoopmarge

In 2022 staat de bouwsector op plaats 7 van 10 met 7,2%. Koploper is diensten met 13,7%, hekkensluiter is holdings met 3,1%.

Brutoverkoopmarge

Subsectoren van de bouw vergeleken

Hier wordt de bouw opgesplitst in geselecteerde bouwsubsectoren. Zo zie je per indicator waar binnen de bouwketen de sterkere en zwakkere profielen zitten.

Winstgevendheid

Brutoverkoopmarge

In 2022 staat schilderen en glaszetten bovenaan met 8,1%. Onderaan staat loodgieterswerk met 4,1%.

Brutoverkoopmarge

Vergelijking per model van jaarrekening

Deze reeks vergelijkt de bouwsector met alle sectoren binnen elk jaarrekeningmodel: volledig, verkort, micro en het totaalaggregaat T. Dat maakt zichtbaar of het beeld verschilt naargelang het type vennootschap.

Modellen van jaarrekening

C - Volledig

Model voor grote vennootschappen.

Lees dit als de populatie met de rijkste rapportering. Deze cijfers zijn vaak het meest gedetailleerd, maar niet noodzakelijk representatief voor de doorsnee onderneming in de sector.

A - Verkort

Model voor kleine, niet-beursgenoteerde vennootschappen.

Dit model is in veel sectoren de grootste groep. Het is vaak nuttig als middenlaag tussen grote ondernemingen en microvennootschappen.

M - Micro

Model voor microvennootschappen; subcategorie van de kleine vennootschappen.

Microcijfers zijn het gevoeligst voor volatiliteit en uitschieters. Vergelijk ze vooral met andere microreeksen en minder met het volledige model.

T - Volledig + Verkort + Micro

Aggregaat over de drie jaarrekeningmodellen samen.

Dit is de breedste sectormix. Ik gebruik dit model voor de vergelijking tussen de bouwsector en andere afzonderlijke sectoren, omdat je dan geen modelmix per sector hoeft te vergelijken. Dit is een interpretatie op basis van de officiële API-codelijst.

Winstgevendheid

Brutoverkoopmarge

In 2022 ligt het totaalmodel T voor de bouw op 7,2% tegenover 8,1% voor alle sectoren. Binnen het volledige model gaat het om 6,9%, binnen het micromodel om 10,9%.

Brutoverkoopmarge